Ik ben opgegroeid in een huis met een grote tuin in Limburg. Na school nam ik altijd vriendjes mee om in bomen te klimmen, hutten te bouwen of in het struikgewas op safari te gaan. Dit zorgde ervoor dat ik nooit werd gepest. De pestkoppen uit mijn klas, die er wel degelijk waren, wisten dat mijn ouders ze nooit meer achterom zouden laten als ze hun wreedheden op mij bot zouden vieren. Toen ik tien jaar werd, bouwde mijn vader twee goals waar we konden voetballen. Dit werd het decor van mijn tienerjaren. We voetbalden hier zó vaak, dat ons niveau snel omhoog ging. Tijdens een wedstrijd bij de lokale voetbalclub, kwamen er zelfs scouts van VVV-Venlo naar ons kijken. Later vervloog onze interesse in het voetbal. We kropen weg in het verste hoekje van de tuin en namen meisjes van school mee om stiekem biertjes mee te drinken. Hier gedroegen we ons als idioten. Totaal van de leg door de nieuwe gevoelens die door onze puberlijven raasden.

Kappen, zagen en wieden

Nu, vijftien jaar later, woon ik al een hele tijd op mezelf in Utrecht. Dit weekend belde mijn moeder om te vragen om te helpen met het aanpakken van de tuin. En hier zit ik dan. Op handen en knieen. Ik trek struiken uit de grond, zaag boompjes om en verzamel onkruid. Mijn pa gaat een afvalbak huren om alle zooi in te kieperen. Ik probeer me te focussen op het wissen van de wildernis, maar het voelt alsof ik een deel van mezelf wis. De mens heeft moeite met veranderingen. Als er iets verandert, gaat er immers onvermijdelijk wat verloren. Het decor van mijn jeugd wordt de coulissen in getild en het komt nooit meer terug.

Een gecultiveerde tuin

Ik vraag mijn moeder wat ze met de tuin van plan is. 'We willen al een lang een Japanse tuin,' zegt ze. 'Met bamboe, Katsurabomen en sierkers. Maar toen jij jong was hadden we er nooit tijd voor. We werkten allebei en we moesten jou opvoeden. Nu zijn we gepensioneerd en hebben we er eindelijk tijd voor.' 'Wat mooi,' zeg ik en mijn weemoedige gevoelens verdwijnen. Verandering impliceert niet alleen verlies, maar er ontstaat ook ruimte voor iets nieuws. Voor cultivering en ontwikkeling. Ik ben ook niet meer de persoon die ik vijftien jaar geleden was. Gelukkig niet. Ik heb mezelf ontwikkeld en gecultiveerd. En nu doe ik hetzelfde met de tuin van mijn ouders!