Het is iets waar bij velen de haren recht overeind gaan staan: het fenomeen wachtgeld. Zeker wanneer een politicus om discutabele redenen – een verloren bonnetje van een terugbetaling van miljoenen euro’s aan een drugscrimineel, om maar eens iets te noemen – min of meer gedwongen wordt om af te treden, schiet het gegeven dat zo’n politicus dan ‘wachtgeld’ ontvangt menigeen in het verkeerde keelgat. Maar wat houdt wachtgeld nu eigenlijk precies in? En wat is het idee erachter? In deze blog gaan we daar eens wat dieper op in.

Wat wil ‘wachtgeld’ eigenlijk zeggen?

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wachtgeld maakt deel uit van de zogeheten APPA-regeling en houdt in dat een politicus of bestuurder recht heeft op een uitkering wanneer deze persoon zijn of haar functie verliest. Dit geldt voor ministers, staatssecretarissen en Tweede Kamerleden, maar ook voor commissarissen van de Koning, gedeputeerden, burgemeesters, wethouders en bestuurders van waterschappen.

De wachtgeldregeling is net zolang van kracht totdat de betreffende persoon een nieuwe baan vindt, tegen hetzelfde of een hoger salaris. Bij het accepteren van een baan met een lager salaris wordt dit bedrag aangevuld vanuit de wachtgeldregeling. De periode waarin iemand aanspraak kan maken op wachtgeld is gelijk aan de tijd waarin deze persoon een politieke functie heeft bekleed, met een minimum van twee jaar en een maximum van 38 maanden.

Krijg je ook wachtgeld bij vrijwillig vertrek?

Waar de schoen wringt is in gevallen waarin politici vrijwillig of juist als gevolg van grote fouten (moeten) aftreden. Er zijn voorbeelden bekend van politici die hun functie neerlegden en vervolgens ergens als vrijwilliger aan de slag gingen, terwijl ze ondertussen wachtgeld opstreken. Ook wanneer politici min of meer gedwongen worden af te treden omdat ze hun politieke functie misbruikt hebben of in elk geval ernstig hebben verzuimd, zoals in de Bonnetjesaffaire rondom de Teevendeal, doet het recht op wachtgeld ook nogal eens stof opwaaien.

Afzien van wachtgeld

Er zijn ook voorbeelden van politici die juist afstand doen van hun wachtgeld. Zeker wanneer ze opnieuw een politieke functie bekleden, die mogelijk iets minder, maar nog steeds uitstekend betaalt, wordt het accepteren van wachtgeld immers veelal als smakeloos gezien. Zo kreeg GroenLinks-Kamerlid Isabelle Dik bovenop haar gage van 120.000 euro op jaarbasis nog eens aanvullend 7.000 euro wachtgeld, omdat ze daarvoor wethouder was in Leeuwarden. En dat verdient nóg iets beter. Na enige publieke ophef besloot ze hier in 2019 van af te zien.